Over ons

Ontstaan van de parochie St. Cunera

De parochie van de Heilige Cunera te Rhenen werd in 1943 opgericht. Als eerste pastoor trad op de zeereerwaarde heer R.H.M. Verhoeven, die deze functie ruim twee jaren bekleedde.Het is te begrijpen dat in het begin de parochie niet alleen klein was, maar ook heel erg arm. De belangrijkste bron van inkomsten was de opbrengst van de z.g. "bankenpacht": de zitplaatsen in de kerk werden voor één of meer jaren aan de parochianen verhuurd. Echter, ondanks herhaalde verzoeken van het Kerkbestuur en huisbezoeken van de kerkmeesters, bleek een groot aantal parochianen op den duur niet bereid de plaatsen te huren en verkozen zij bij het kerkbezoek op de "open" plaatsen te zitten tegen betaling van 15 ct. voor de duurdere en 10 ct. voor de goedkopere plaatsen.

Al was de financiële toestand weinig florissant, toch kon de parochie zich nog gunstig ontwikkelen doordat de opeenvolgende kerkbesturen onder leiding van de pastores zich met volle toewijding hebben ingezet voor de ontwikkeling en groei van de parochie en het doelmatig beheer van de financiën. Gememoreerd kunnen worden de gunstige grondaankopen en de stichting van een school voor lager onderwijs, met als kroon op het werk de bouw van de Gedachteniskerk.  

Bij haar oprichting heeft de parochie genoegen moeten nemen met een houten noodkerk, in afwachting van betere tijden die de bouw van een nieuw Godshuis mogelijk moesten maken. Wel werden reeds vroeg plannen beraamd voor een permanente kerk.

Oorspronkelijk zou die worden gebouwd op een stukje grond dat was aangekocht door het Kerkbestuur te Wageningen. Dit perceel, bekend onder de naam Spitsbergen, werd door het Kerkbestuur te Rhenen overgenomenvoor dezelfde prijs. (Deze prijs mocht zelfs in termijnen worden voldaan: fl. 600,- bij de overname en daarna telkens fl. 300,- per jaar.)

Later werd het perceel Stationsweg 4 te Rhenen - bekend onder de naam Villa Maria - aangekocht door het Aartsbisdom, eveneens met de bedoeling er de nieuw te bouwen kerk op te zetten.Deze koop geschiedde in 1950, maar het Kerkbestuur slaagde er pas medio 1956 in, de bewoners door middel van woningruil het perceel te doen ontruimen.

Medio 1951 ontving het Kerkbestuur de heuglijke mededeling van hun oud-pastoor, de zeereerwaarde heer R.H.M. Verhoeven, inmiddels hoofdaalmoezenier, dat hij kolonel van Straelen had weten te enthousiasmeren voor de bouw van een Gedachteniskerk aan de Grebbe. Een kerk die Godshuis en tegelijk monument moest zijn ter nagedachtenis aan de in de oorlog gesneuvelden. Nadat Kardinaal De Jong voor het plan was gewonnen, werd de Stichting Bouw Gedachteniskerk aan de Grebbe in het leven geroepen, met als voorzitter de Pastoor.Bovendien werd een bouwfonds opgericht om de noodzakelijke financiën bijeen te krijgen. De belangrijkste financiële impuls kwam echter van de heer A.M.Bergers,voorzitter van de EHBO. Hij wist met zijn steentjesactie, gehouden rond Pasen 1954, de nodige gelden voor de bouw bijeen te brengen, namelijk ca. fl. 450.000,-

 

Ongeveer een maand na het mooie resultaat van de steentjesaktie, om precies te zijn in de nacht van 30 op 31 mei 1954, ging de noodkerk in vlammen op. Ondanks het snelle ingrijpen van de brandweer, die binnen zeven minuten ter plaatse was, brandde de kerk binnen een half uur geheel af. De brand was gesticht door een jongeman, die daarmee aan zijn ongenoegen en woede uiting wilde geven voor het feit, dat het bisschoppelijk mandement vanaf de preekstoel werd voorgelezen; hij pleegde zijn daad onder een weddenschap om 20 potten bier. Binnen één etmaal had de Rhenense politie de brandstichtingzaak tot klaarheid gebracht.

 

Door het totaal afbranden van de noodkerk moest naar een locatie worden gezocht waar voortaan, in afwachting van de bouw van de Gedachteniskerk, de godsdienst- oefeningen konden worden gehouden. Het gebouw "Ons Genoegen" werd voor dit doel afgehuurd. Hoewel er vanaf dat tijdstip met grote spoed aan de voorbereiding werd gewerkt heeft de bouw van de kerk echter nog een lange weg moeten volgen. Het concept, dat de te bouwen kerk tegelijk Godshuis en monument moest zijn, heeft geleid tot het uitschrijven van een prijsvraag met een uitnodiging aan architecten, tekeningen in te zenden waarin dat idee was verwerkt.

Aan hem werd opgedragen de nodige bouwtekeningen verder te verzorgen.
Pas in 1957 kreeg het Kerkbestuur deze tekeningen en de geraamde bouwkosten in handen. Helaas kwam de bouwsom ca. fl. 100.000,- boven de begroting uit met als gevolg dat het bisdom zich niet akkoord verklaarde. Na het aanbrengen van enkele wijzigingen en ook besnoeiingen, omdat de prijzen van de bouwmaterialen en de lonen inmiddels waren gestegen, kon eindelijk op 22 augustus 1957 de bouw van de kerk worden aanbesteed. 

Dit vond plaats te Rhenen in "Het Wapen van Hardenbroek", waarbij vier aannemers-bedrijven waren uitgenodigd om in te schrijven. De bouw werd gegund aan de laagste inschrijver, Jos Nijenhuis N.V. te Arnhem. Uiteindelijk werd de kerk niet gebouwd op de oorspronkelijk daarvoor aangekochte grond - genaamd Spitsbergen - omdat dit ongeschikt werd bevonden - en evenmin op het perceel Stationsweg 4. De Gedachteniskerk staat nu op het prachtige terrein achter de pastorie aan de Herenstraat 84 te Rhenen. De consecratie van de kerk werd verricht door de Aartsbisschop van Utrecht, kardinaal B. Alfrink, op zondag 4 oktober 1959 om 16.00 uur. Pastoor van de parochie was toen de zeereerwaarde heer H.C. Vredendaal. De parochie St. Cunera is zeer trots op haar kerk!